Tellingen

Om tot een verantwoorde invulling van faunabeheer in het faunabeheerplan te komen, moeten voldoende gegevens beschikbaar zijn over de diersoorten waarover het faunabeheerplan zich uitspreekt. Die gegevens  zijn uit tal van systemen afkomstig. Ook de leden van WBE’s dragen structureel bij aan het verzamelen van deze gegevens. Dat doen zij niet alleen door zorgvuldig en gedetailleerd verslag te doen van de uitgevoerde jacht- en beheeractiviteiten, maar ook door het gestructureerd uitvoeren van tellingen. Daarvoor worden telprotocollen gevolgd die provinciaal of landelijk zijn vastgesteld.

Reguliere tellingen

De Groninger WBE’s voeren in ieder geval de volgende reguliere tellingen uit:

  1. Reeëntelling – de aantallen worden geteld volgens de MNA-methode (minimum number alive), in het eerste weekend na 15 maart, als de reeën nog grotendeels in wintersprongen voorkomen en het veld nog relatief kaal is.
  2. Trendtelling wildsoorten – door jaarlijks op vaste telroutes vast te stellen hoeveel exemplaren van de vijf wildsoorten worden waargenomen, kan trend-informatie worden vastgelegd over de stand. Deze telling vindt begin april plaats.
  3. Trendtelling overige faunasoorten – tegelijk met de Trendtelling Wildsoorten wordt in elke WBE gebiedsdekkend geteld hoeveel exemplaren van de overige faunasoorten voorkomen. Op deze wijze wordt trend-informatie vastgelegd over die soorten.
  4. Zomerganzentelling – medio juli worden alle overzomerende ganzen geteld, in een gebiedsdekkende telling, om trend-informatie vast te leggen.

Instructie & registratieformulieren

Overige waarnemingen

Naast reguliere tellingen worden tal van waarnemingen vastgelegd, die gebruikt kunnen worden voor de onderbouwing van het faunabeheerplan. Daaronder valt bijvoorbeeld de registratie van verkeersslachtoffers onder de reeën, maar ook ad hoc waarnemingen van dood aangetroffen diersoorten, via  “Meld een dood dier“. Dit kan door iedereen gebruikt worden.

Afwijkingen van telprotocollen

Over de uitvoering van tellingen worden afspraken gemaakt, in de vorm van telprotocollen en gezamenlijke teldata. In het geval een WBE door overmacht geen uitvoering kan geven aan deze afspraken, dan kan die WBE afwijkende teldata met de FBE overeenkomen, o.b.v. een gemotiveerd verzoek.

Tellingen predatoren (nachtelijke waarnemingen)

pastedGraphic.png

Collectief Groningen West (CGW) heeft samen met Het Groninger Landschap een onderzoek gestart om het terreingebruik van o.a. de steenmarter en de verwilderde kat vast te leggen en predatieverliezen bij nesten te registeren. Weidevogelkuikens worden bij dit onderzoek o.a. gezenderd. We hopen hiermee ook meer inzicht te krijgen in de kuikenoverleving en de verliesoorzaken. Daarnaast zijn inzichten van terreingebruik (nachtelijke waarnemingen) van predatoren van belang voor het onderzoek en om eventuele aanvullende ontheffingen mede te kunnen onderbouwen.

Collectief Groningen West wil u daarom vragen alle nachtelijke waarnemingen van predatoren via het onderstaande E-formulier aan de WBEG  door te geven. De data relevant voor het onderzoek (zonder persoonsgegevens) worden door de WBEG (na instemming betreffende WBE) gedeeld met het CGW.

E- formulier

 

 

 

Nieuws

meer nieuws »

 

 

Agenda

meer agenda-items »