De Wet natuurbescherming definieert een aantal begrippen die in de jacht – als onderdeel van faunabeheer – een belangrijke rol spelen, en stelt daar eisen aan. Deze begrippen zijn in de statuten van de WBE’s opgenomen.

  • fauna: in het wild levende dieren
  • wild: fauna die in de Wet Natuurbescherming als wild is benoemd
  • beheer: het uitvoeren van maatregelen voor instandhouding, voorkoming en bestrijding van schade, en benutting
  • faunabeheer: duurzaam beheer van fauna
  • wildbeheer: duurzaam beheer van wild
  • faunabeheerplan: een plan met passende en doeltreffende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van schade aangericht door in het wild levende dieren
  • faunabeheereenheid: een vereniging van jachthouders en maatschappelijke organisaties voor een duurzaam beheer van in het wild levende dieren
  • wildbeheereenheid: een vereniging van jachthouders, grondgebruikers en terreinbeheerders, die uitvoering geeft aan het door de faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan
  • jacht: bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild, alsmede het doen van pogingen daartoe
  • weidelijkheid: regels voor de uitvoering van de jacht in overeenstemming met de landelijke gedrags- en fatsoensnormen zoals neergelegd in opgestelde of op te stellen voorschriften
  • jachthouder: degene die gerechtigd is tot het genot van de jacht, en (bv in FRS) de administratieve verantwoordelijkheid voor een jachtveld heeft (zie art 3.23. Wet natuurbescherming)
  • gemachtigde jachthouder: iemand die door een jachthouder (meestal een instantie) is gemachtigd om namens de jachthouder op te treden
  • combinant: een jachtaktehouder die samen met één of meer andere jachtaktehouders optreedt als jachthouder in een jachtveld, maar (bv in FRS) niet de administratieve verantwoordelijkheid voor dat jachtveld heeft
  • jachtaktehouder: houder van een geldige jachtakte (zie art 3.26 Wet natuurbescherming)
  • jachtmiddelen: de middelen zoals beschreven in artikel 3.21 Wet natuurbescherming
  • jachtveld: een afgebakend terrein waarin o.b.v. een jachthuurovereenkomst de jacht mag worden uitgevoerd door daartoe bevoegde jachtaktehouders
  • grondgebruiker: degene die gerechtigd is de grond te gebruiken krachtens een zakelijk of persoonlijk recht (zie art 1 Wet natuurbescherming)
  • terreinbeheerder: organisatie die zich bezig houdt met het beheer van natuurterreinen (TBO – terreinbeherende organisatie)

Jacht betreft dus uitsluitend het beheren van wild. Zodra er andere fauna in het geding is spreekt de wet van beheer. Het aantal wildsoorten is beperkt tot slechts vijf soorten, en op sommige daarvan wordt niet of nauwelijks gejaagd omdat daarmee de gunstige staat van instandhouding zou worden bedreigd (bv fazant en konijn). In de praktijk houden jagers zich daarom vooral bezig met de uitvoering van faunabeheer. Dat komt tot uitdrukking in onder andere:

  • het bestrijden van schade door landelijk vrijgestelde soorten
  • het bestrijden van schade door provinciaal vrijgestelde soorten zoals ganzen, vossen en reeën
  • het voorkomen van schade door het aanbrengen van verjagingsmiddelen voor bijvoorbeeld ganzen of zwarte kraaien
  • het verjagen van bijvoorbeeld knobbelzwanen
  • het voorkomen van onnodig lijden van fauna, bijvoorbeeld door verkeersslachtoffers op te sporen en uit hun lijden te verlossen, of door wildtrappen aan te brengen in grote kanalen
  • het bevorderen van de leefomstandigheden van in het wild levende dieren, door het aanbrengen van dekking, het aanleggen van fourageerplaatsen, of het bijvoederen onder winterse omstandigheden
  • het bevorderen van nestvoorzieningen, zoals het plaatsen van eendenkorven
  • het trainen van honden die bij jacht en faunabeheer worden ingezet
  • het tellen van aantallen in het wild levende dieren, ter onderbouwing van het faunabeheerplan van de FBE
  • het voorkomen van verkeersslachtoffers en slachtoffers van landbouwwerkzaamheden

Openstelling van de jacht

De jacht op wildsoorten is open op de volgende tijden:

  • haas: 15 oktober t/m 31 december, van zonsopkomst tot zonsondergang
  • konijn: 15 augustus/m 31 januari, van zonsopkomst tot zonsondergang
  • houtduif: 15 oktober t/m 31 januari, van zonsopkomst tot zonsondergang
  • wilde eend: 15 augustus t/m 31 januari, van een half uur voor zonsopkomst tot een half uur na zonsondergang
  • fazanthaan: 15 oktober t/m 31 januari, van zonsopkomst tot zonsondergang
  • fazanthen: 15 oktober t/m 31 december, van zonsopkomst tot zonsondergang

Let op: voor het beheer van deze wildsoorten kunnen uitgebreidere tijden gelden. Zo is de houtduif het gehele jaar landelijk vrijgesteld. Voor het konijn geldt een provinciale vrijstelling. Controleer voor de zekerheid altijd het geldende provinciale faunabeheerplan.

foto Bert Daems